Het verschil tussen een functioneringsgesprek en beoordelingsgesprek

Functioneringsgesprekken en beoordelingsgesprekken verschillen beduidend. Hier volgt een overzicht van belangrijke afwijkingen tussen het klassieke functioneringsgesprek en het beoordelingsgesprek.

Functieverschil
Klassieke functioneringsgesprekken kunnen, behalve een controle-functie voor de voortgang van prestaties,meer functies vervullen dan beoordelingsgesprekken. Beoordelingsgesprekken richten zich voornamelijk op de waardering en ontwikkeling van een individuele werknemer, de zogenaamde prestatiebeoordeling en persoonlijke ontwikkelingsplannen. Werknemers kunnen bij functioneringsgesprekken vaak ook onderwerpen zelf indienen. Bij beoordelingsgesprekken is inbreng geheel niet mogelijk.

Voorbereidingen
In de voorbereiding van de functioneringsgesprekken zijn, naast personeelszaken en de leidinggevende vaak ook de werknemers zelf betrokken om informatie aan te leveren voor het gesprek dat moet plaatsvinden. Bij de voorbereiding van beoordelingsgesprekken vindt geen enkele inbreng plaats van de werknemer.

Gespreksonderwerpen
Bij functioneringsgesprekken worden doorgaans aan de hand van prestatie en competentiecriteria het functioneren van de werknemer besproken. Ook de manier van leidinggeven wordt belicht. Vaak worden eveneens zaken als de arbeidsomstandigheden en het ziekteverzuim besproken. Bij beoordelingsgesprekken wordt het totale functioneren van de werknemer geëvalueerd en toegelicht aan de hand van de beoordelingscriteria en competetentie-vereisten. Over het functioneren van de leidinggevende wordt hier niet gesproken. Afsluitend wordt de beloning behandeld en mogelijk ook het volgen van trainingen en opleidingen van de werknemer. Die laatste komen dan in een persoonlijk ontwikkelingsplan (PoP) voor de werknemer.

Centrale vraagstelling
Bij functioneringsgesprekken is de centrale vraag “Hoe gaat het met het werk?”. Bij beoordelingsgesprekken is de centrale vraag “Hoe waardeer en ontwikkel ik jou als werknemer?”

Frequentie
Beoordelingsgesprekken vinden doorgaans 1 keer per kalenderjaar plaats. Bij functioneringsgesprekken kunnen die veel vaker gehouden worden. Bovendien kunnen werknemers er ook zelf extra om verzoeken.

Periode
Bij functioneringsgesprekken wordt vaak een gedeelte van het jaar besproken. Bij beoordelingsgesprekken betreft de periode vaak een geheel jaar.

Gesprekscultuur
Functioneringsgesprekken vinden ongedwongen, op een gelijkwaardige basis plaats. De leidinggevende en de werknemer vernemen over en weer elkaars opvattingen over hun functioneren en verduidelijken die waar nodig. Er is gesprekstechnisch dus sprake van twee-richtingsverkeer. Beïnvloeding van elkaars denkbeelden is mogelijk. Eventueel kan een vervolggesprek worden afgesproken als daar behoefte aan is. Bij beoordelingsgesprekken daarentegen is er sprake van een-richtingsverkeer en vindt er een soort “monoloog” van de leidinggevende plaats. Hierin wordt de eindindruk verduidelijkt aan de werknemer en het eindoordeel geveld over het totale functioneren. De werknemer mag eventuele bezwaar aanteken, maar die zijn niet meer van wezenlijke betekenis voor het eindoordeel. Een additioneel vervolggesprek is zeer ongebruikelijk.

Informatievergaring
Om denkbeelden over het functioneren te vormen bij functioneringsgesprekken,kan informatie zowel tijdens als voorafgaand aan het gesprek worden verzameld. Bij beoordelingsgesprekken vindt het vergaren van nieuwe informatie nauwelijks meer plaats en is het beeld reeds gevormd. Vaak onderbouwt men het eindoordeel ook met de resultaten van de voorafgaande functioneringsgesprekken.

Consequenties
Beoordelingsgesprekken kunnen zogenaamde rechtspositionele gevolgen hebben, functioneringsgesprekken niet. Bij beoordelingsgesprekken kunnen de uitkomsten namelijk werking hebben voor de arbeidsovereenkomst en de arbeidsbetrekking. Zo kan het leiden tot promotie of bijvoorbeeld ontslag. Ook wat betreft de primaire en secundaire arbeidsvoorwaarden kan het gevolgen hebben. Ze kunnen bindend worden aangepast.