Enkele mythen over feiten van het functioneringsgesprek

Mythe 33: functioneringsgesprekken hebben een slecht imago reden temeer om ze af te schaffen

Néé. Hoewel het draagvlak voor functioneringsgesprekken onder werknemers beter kan, worden ze nog steeds in meerderheid gewaardeerd. Onder leidinggevend Nederland is zeer veel draagvlak. Bijna 95% van de leidinggevenden noemt de gesprekken nuttig en leerzaam. Grotendeels wordt het verschil in draagvlak voor functioneringsgesprekken tussen leiding en werknemer verklaart door het verschil in het verwachtingspatroon.  

 

Mythe 34: oprechte werknemers zijn voldoende in staat hun eigen functioneren goed in te schatten.

Néé onderzoek toont steevast het tegendeel aan. Vaak zijn werknemers dit niet bewust.  

 

Mythe 35: uit onderzoek naar functioneringsgesprekken blijkt dat de meeste functionerings-problematiek te wijten is aan gebrekkige controle van werknemers door de leiding.

Néé in beginsel levert de aansturing van werknemers de meeste problematiek op. Inaccuraatheid in het uiteenzetten van de functierol (taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden) zorgt voor stress bij werknemers (functiestress). Het belang van goede en eenduidige beoordelingscriteria en briefing ervan voor aanvang van het werk wordt hiermee onderkend.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie